Dag: 4 januari 2020

In nevelen gehuld

Caspar David Friedrich – Der Wanderer über dem Nebelmeer – 1817 – olieverf – 94,8 x 74,8 cm

Toegegeven, erg origineel is het niet om een blog te schrijven over dit populaire romantische schilderij. Velen zullen mij hierin zijn voorgegaan en misschien is alles wat de menselijke geest maar kan bedenken, er al een keer over gezegd. Maar hoe erg is dat? Voor veel bloggers is het wellicht inmiddels een no-go gebied, maar mij ontmoedigt het niet. Het daagt me juist uit er nogmaals mee aan de slag te gaan. Klaarblijkelijk valt er iets bijzonders aan het schilderij te beleven. Dat maakt mij extra nieuwsgierig naar wat ikzelf ga ervaren en hoe ik het zal verwoorden.

Het schilderij van Caspar David Friedrich komt overigens niet uit de lucht vallen. Het schoot me te binnen bij het schrijven van mijn vorige blog: De decennium-challenge. Ik beschouw het schilderij als een passende illustratie voor de uitdaging waar de mensheid de komende tien jaren voor staat: een immense open toekomst die nog in nevelen is gehuld. Overigens dacht ik aanvankelijk, dat de wandelaar op het schilderij uitkeek over een kolkende zee; wat een onoverkomelijke blokkade zou betekenen voor elk verlangen naar de heimelijke wereld in de verte. Zo’n denkbeeld zou de decennium-challenge extra zwaar hebben gemaakt, zo niet onmogelijk. Tot mijn geruststelling blijkt het bij nauwkeuriger observatie geen zee, maar slechts nevel te zijn; het valt dus mee. In een woeste zee kun je verdrinken, in dichte nevel hooguit verdwalen.

Wat mij bevalt in het schilderij is, dat de wandelaar de moeite heeft genomen een berg te beklimmen, waarvan de top uitreikt boven de nevel. Hierdoor krijgt hij, mocht hij van plan zijn verder te wandelen, een beter overzicht over het landschap dat voor hem ligt. Dat is zeker geen usance in onze wereld. Vaak denkt men, dat zo’n uitkijkpunt niet nodig is. Men begint dan vrij onvoorbereid, wat op zich heel modern, avontuurlijk en bewonderenswaardig is, maar wat me voor de decennium-challenge niet echt een geschikte strategie lijkt. Het is, dunkt mij, aan te bevelen om de wereld vanaf zo’n hoogte eerst nog eens goed te aanschouwen en de reisplannen te herijken, voordat de eerste stappen in de toekomst worden gezet. Gelukkig heb ik veel vertrouwen in de wandelaar op het schilderij; deze zal zeker geen roekeloze besluiten nemen. Ook al zien we de man met het rossige haar van op de rug, hij staat stevig, rechtop, oogt ontspannen, elegant zelfs en straalt zelfbeheersing en rust uit. Dit mens zal geen avontuur beginnen, zonder alles nog eens goed in hart en hoofd te hebben afgewogen.

Wat zal er in het hoofd van de wandelaar omgaan? Ik denk niet veel. Hij observeert vooral; is met zijn aandacht bij hetgeen hij ziet. Hij stelt zich open voor het ruimtelijke landschap dat voor hem ligt, beweegt zijn blik mee met de golvende lijnen van de half in nevel gehulde en met bomen begroeide heuvels, voelt de frisheid van de ochtend en geniet in de vroege stilte van de zang van een enkele vogel. Zijn denken staat niet stil, maar zijn gedachten sluiten zich gehoorzaam en moeiteloos aan bij wat hij beleeft; ze belichten wat zich aan hem openbaart. Zijn ademhaling verenigt zich met het ritme van het sublieme schouwspel. Hij is één met, en gaat op in het omringende landschap in een tijdloze observatie. Diep inademend, beleeft hij dit verstilde moment, terwijl hij geduldig wacht op de stemming die hem zal influisteren, dat hij klaar is om te gaan. De klok zal pas weer gaan tikken, als hij zijn eerste stappen zet op weg naar de wereld die voor hem ligt. Zo ga je op reis; zo begin je aan de uitdaging van een nieuw tijdperk.

Althans, volgens het verhaal dat het schilderij van Caspar David Friedrich mij vertelt. De werkelijkheid is enigszins anders. In onze tijd beginnen we het nieuwe jaar en het nieuwe decennium ritueel met knallend vuurwerk. We vieren het heftig, feestelijk en vrolijk, zonder veel bezinning. Op de oudejaarsconference na dan en wat goedbedoelde voornemens. Na een dagje bijkomen en uitrusten, pakken we de draad gewoon weer op, alsof er niets is gebeurd. Slechts een enkele regeringsleider feest nog wat langer door en vergeet in zijn feestroes, dat het afschieten van vuurwerk na de eindejaars-nacht niet meer is toegestaan. Iets waarvoor deze zeker op de vingers zal worden getikt, nu de aangename en vredige rust van het begin van dit nieuwe decennium alweer zo snel en gruwelijk is verstoord.