natuur

The Theory of … Everything??

De jonge Stephen Hawking met zijn geliefde in The Theory of Everything (2014)

In de avond van 13 maart 2018 publiceerde ik de blog ‘I have loved you’. Ik had die blog geschreven naar aanleiding van het zien van The Theory of Everything, de speelfilm uit 2014 die gaat over het leven van de bekende aan de ziekte ALS lijdende Britse theoretische fysicus en kosmoloog Stephen Hawking. Tot mijn stomme verbazing ontving ik de volgende ochtend op mijn iPhone het bericht dat Hawking die nacht, in de vroege ochtend van 14 maart, was overleden. Dat bericht overviel me; wat een toeval! Eén van mijn lezers schreef als reactie: ‘Toeval bestaat niet! Deze prachtige blog op de dag dat Stephen overleden is …. Hoe is het mogelijk? Het ligt in de kosmos besloten. Daar wist hij alles van.’

Vooralsnog wil ik niet zover gaan, al spreekt de gedachte mij wel aan. Maar het blijft opmerkelijk. Ik had me natuurlijk enigszins in het leven van Hawking verdiept, maar was totaal niet op de hoogte van zijn gezondheidstoestand op dat moment. De blog was zeker niet geschreven uit eerbetoon in de verwachting van een naderend overlijden. Bovendien, als ik de film die week niet bij toeval op Netflix had gevonden, was de blog er nooit geweest. 

Achteraf heb ik nagedacht waarom ik de blog heb geschreven. Er zijn twee duidelijke redenen. De eerste heeft te maken met mijn blijvende fascinatie voor het universele verlangen van de mens naar liefde en de dramatiek die daarmee zo vaak samengaat. Dat blijkt al uit de titel van de blog: I have loved you’. Het zal met mijn eigen lot te maken hebben, maar het plotseling verkillen van de liefde tussen partners en het doven van het verlangen samen te zijn, blijft een weemoedig en ondoorgrondelijk onderwerp. In de film overkomt het Hawking als zijn vrouw hem verlaat op het moment, dat ze aan zichzelf durft toe te geven, dat van de liefde voor haar echtgenoot slechts de compassie is overgebleven. En dat is voor haar hart niet meer genoeg. Ze verlangt naar lucht en leven; en ze vertrekt voor een nieuw avontuur.   

De tweede reden voor het schrijven van de blog heeft met een ander universeel verlangen in de mens te maken. Het wordt al verwoord in de titel van de speelfilm: The Theory of Everything waarmee uitdrukking gegeven wordt aan het nog steeds levende verlangen onder enkele wetenschappers naar een op de fysica gebaseerd finaal, allesomvattend, coherent theoretisch model waar vanuit alle fysische aspecten van het universum inclusief sterren, planeten, enzovoort met elkaar in verband worden gebracht en volledig in hun ontstaan en gedrag verklaard worden. Dat is natuurlijk een prachtige ambitie. In de loop van de tijd zijn zowel vanuit de kwantum mechanica als de algemene relativiteitstheorie modellen bedacht, die het raadsel moesten oplossen. Vooralsnog echter zonder succes. Het universum kent blijkbaar nog steeds méér raadsels dan de oplossingen die de wiskundige modellen en theorieën momenteel te bieden hebben. De zoektocht naar die kennis is niettemin inspirerend. 

Wat me erin fascineert is het onblusbare verlangen in de mens om zich denkend en vragend open te stellen voor de onbekende verten en diepten van het bestaan. Dit verlangen is het, dat ten grondslag ligt aan de heroïsche vraag naar The Theory of Everything. Het werk van Hawking is er zijn leven lang door geïnspireerd. Steeds heeft hij gehoor gegeven aan die call en dat heeft zijn wetenschappelijke avontuur zo boeiend gemaakt. Dat zijn werk mij – ondanks dit lovenswaardige streven  – maar heel beperkt antwoorden geeft op de in mij levende vragen over het bestaan als geheel, heeft naar mijn mening te maken met de beperkte bril waardoor de theoretische fysici naar de wereld kijken. Deze bril is niet gericht op de volle ervarings-werkelijkheid – maar slechts op een abstract model daarvan; een opvatting die Hawking overigens naar alle waarschijnlijkheid zuchtend, hoofdschuddend en meewarig zou hebben ontkend.   

Mijn observatie is de volgende. De zoektocht naar The Theory of Everything lijkt in deze moderne tijd de uitvinding en het exclusieve recht van de theoretische fysici te zijn geworden. Dat is natuurlijk onzin. Vanaf de Griekse Oudheid  (600 BC) werd er door filosofen wijsgerig en rationeel nagedacht over de vraag naar het Zijn, naar een verklaring voor alles wat bestaat, kortom naar de ‘grond’ van het bestaan. Met grote kracht werd in die tijd een meta-fysische denk-traditie gestart die door de eeuwen heen het menselijke denken blijvend zou inspireren en vele grote denkers van Thales tot aan Heidegger heeft voortgebracht. Met het ontstaan echter van de moderne wetenschap, de ontmythologisering en secularisering van het sociale leven en het afwijzen van alle ‘metafysische’ speculaties, heeft de oorspronkelijk aloude wijsgerige vraag van de mens naar The Theory of Everything zich noodzakelijk teruggetrokken op het enige legitieme gebied waar het door veel tijdgenoten nog met respect en wetenschappelijk vertrouwen wordt geaccepteerd: de wereld van de theoretische fysica. Een wetenschappelijke wereld die is bevrijd van alle mythische, religieuze en speculatieve interpretaties; een wereld louter bestaand uit fysische wetmatigheden, ‘subatomic particles’ en hun calculeerbare gedrag; een wereld ook waarin ‘en passant’ alledaagse naïve begrippen zoals leven, ziel, geest, bewustzijn en transcendentie zijn gereduceerd tot simpele bijverschijnselen en/of hallucinaties van de alles omvattende dynamiek van een onzichtbare kwantumwereld. 

Alle andere wegen die dit diepe wijsgerige verlangen in de mens  in de voorliggende eeuwen had bewandeld – zowel in de mystieke, occulte en filosofische denktradities van het oosten en westen – werden daarmee impliciet als naïef en achterlijk geclassificeerd, omdat ze over het algemeen gebaseerd zijn op wetenschappelijk onbewijsbare vooronderstellingen en fantasieën. Met die houding werd het universele wijsgerige verlangen naar de grond van het bestaan geleidelijk aan versmald en ingekapseld naar het methodisch afgegrensde terrein van de moderne fysica. Daarmee kreeg de universele menselijke vraag naar de grond van het bestaan een fundamenteel ander én beperkter karakter.

Het haalde de bezem door heel wat leeswerk, dat wel, maar wat blijft er over? Voor enkele wijsgerig bezielde wetenschappers zal de vraag naar een verklaring voor Everything binnen het fysische domein nog steeds een interessante puzzel zijn, maar de hele exercitie stilt niet meer de honger van de wijsgerige ziel die op zoek is naar betekenisvolle antwoorden op de aloude vragen over zijn bestaan. Tegelijkertijd hebben de helden van de theoretische fysica de wereld natuurlijk onbetwist veel gebracht, vooral op technologisch gebied. Fair enough. Jammer is alleen dat de ‘ruimere’ vraag naar het bestaan van Everything – wellicht onbewust en onbedoeld – in brede kringen is afgeserveerd, in het verdomhoekje is geplaatst en in vergetelheid is geraakt; misschien nog iets om op te sabbelen voor de kinderlijke ziel in de huiselijke sfeer, maar niet iets voor de grote mensenwereld.   

Ook Hawking komt niet terug op iets als een god of intelligentie die zich als verborgen regisseur achter het ‘oerbegin’ verborgen zou houden. In Grand Design (2010) schrijft hij: ‘Because there is a law such as gravity, the Universe can and will create itself from nothing.’ Dat is een duidelijke en dappere uitspraak. In dat licht is het ongeveer samenvallen van het tijdstip van mijn eerdere blog over Hawking en het tijdstip van zijn overlijden ‘kosmologisch’ niets meer dan een in principe calculeerbare, maar verder betekenisloze samenloop van omstandigheden. Deze speelt zich weliswaar af in een uitzonderlijk fraai universum, maar het is desalniettemin een universum waarin elk spoor van zingeving (anders dan wat we er zelf bij bedenken) ontbreekt. Dat is de zure appel die door wijsgerige zielen gegeten zal moeten worden.

Maar toch… Kort geleden had ik een lucide droom. Ik stond in mijn tuin en hield een zware steen vast. Opeens liet ik de steen vallen op het gras. Door het gewicht en de zwaartekracht zakte de steen tot mijn verbazing door het gras heen de aarde in. Ik werd meegesleurd en raasde achter de steen aan op zijn lange verdichtende tocht naar de duistere diepten in het binnenste van de aarde. Aangekomen bij de kern, waar de samengeperste steen tot stilstand kwam, schoot ik opeens als een pijl weer terug naar het aardoppervlak, werd opgezogen door de wortels van een plant en dreef – tegen alle zwaartekracht in – op de levenssappen mee door de vaten van het ademende gebladerde tot ik na een spectaculaire achtbaan-achtige metamorfose aankwam in het hart van een zich ontvouwende bloem die zich in kleuren en geuren opende en zich in een liefdevolle omarming parend verenigde met het betoverende licht en de fluisterende wijsheid van het immense omringende heelal…

Wow! ……. Zouden de fysici in deze tijd ook wel eens zo’n droom hebben?