Schilderkunst

De blik (2)

De ‘blik’ van mensen blijft mij boeien. Niet de ogen, de blik is het venster van de ziel en toont alles wat daarin leeft, ook al dringt dat meestal niet tot ons door, omdat we te druk met onszelf bezig zijn. Aangezien dit open venster kwetsbaar maakt, is beheersing over de blik voor veel mensen een belangrijk onderwerp. Die beheersing zorgt ervoor dat we het venster zonodig kunnen sluiten. Zo ontstaan de maskers waarachter we onze diepste gevoelens kunnen verschuilen en ons anders voor kunnen doen dan wij zijn. We zijn ervan overtuigd, dat die maskers ons sterker maken. Wie gezegend is met een poker-face krijgt in deze wereld vaak meer waardering dan de zwakkere mens op wiens gezicht alles is af te lezen. Het is echter de vraag of dat terecht is. 

Ik merk overigens, dat ik vooral geïnteresseerd ben in een bepaald soort blik. Het gaat mij niet om de blikken van alledag: de zogenaamde intelligente blik, de verliefde blik, de mysterieuze blik, de verleidelijke blik, de boze als-blikken-konden-doden-blik of om de koele gereserveerde blik die het in onze tijd zo goed doet. Mijn interesse ligt ook niet direct bij de blik de je soms ziet in portretten waarin het karakter van de geportretteerde sterk is verbeeld, al waardeer ik dat zeer. Nee, ik ben vooral geboeid door de existentiële blik, de stille blik die ons bijna bovenpersoonlijk en woordloos een spiegel voorhoudt en aanzet tot reflectie; de blik van een mens waarbij we het gevoel hebben, dat het leven ons via die blik zelf aankijkt en ons om een antwoord vraagt.

Ik heb meerdere voorbeelden van zo’n blik ontdekt in de literatuur en de kunst. Zo vond ik die blik in de roman De gebroeders Karamazov van Dostojewski. In het hoofdstuk ‘De Groot-Inquisiteur’ vertelt iemand het verhaal dat Christus ten tijde van de Inquisitie plotseling op aarde terug komt om te kijken hoe het er met het Christendom voorstaat. Hij wordt direct door de Kerk van Rome gevangen genomen en ter dood veroordeeld, omdat hij de mensheid met zijn Christendom een onmogelijk, zelfs, in hun ogen, misdadige opdracht heeft gegeven. De Kerk heeft deze veel te zware opdracht uit liefde en compassie voor de zwakke mens gecorrigeerd, zich ondertussen als machtige hoeder van de mensheid gepositioneerd en heeft geen behoefte aan fanatieke oproerkraaiers van het eerste uur, aldus de grootinquisiteur. In de cel hoort Christus – zwijgend – de kerkelijke beschuldigingen en veroordeling tot de doodstraf van de grootinquisiteur aan. Als hij verneemt dat Hij de volgende dag naar de brandstapel gaat, staat Christus op, richt zijn stille blik op de plots terugdeinzende grootinquisiteur, kust hem onverwacht op de mond en verlaat zonder enig verzet de cel, de verstijfde grootinquisiteur verbijsterd achterlatend. Die machtige blik had geen extra woorden nodig om de leugen te overwinnen. Zo’n zwijgende blik zou ook in onze tijd goed van pas kunnen komen, dunkt me.

Ook in speelfilms zijn prachtige voorbeelden van zo’n existentiële blik te vinden. Een goed voorbeeld is het laatste beeld van de speelfilm The Revenant (van Alejandro Inárittu), waar een uitgeputte, zwaargewonde en een door iedereen verlaten hoofdpersoon (Di Caprio) die op wrede wijze zijn gezin verloren heeft, zijn ontredderde blik opeens op de filmkijker richt en met die blik vanuit de diepste diepten van zijn erbarmelijke leven via het scherm ongevraagd in ons ogenschijnlijk veilige huiskamerwereldje binnentreedt. Dan komt de onrechtvaardige rauwheid die het leven soms kan aannemen, ineens wel heel dichtbij.  

Een ander voorbeeld is de gewetensvolle, maar dode blik van kardinaal Altamirano die geheel onverwacht – na de aftiteling van de speelfilm The Mission (van Roland Joffé) – groot in beeld verschijnt. Altamirano is in opdracht van het Vaticaan de veroorzaker geweest van een afschuwelijk bloedbad onder de Indianen en Jezuieten van een goed functionerende missiepost in Zuid-Amerika. Het is alsof de kardinaal ons – die hem ongetwijfeld beschuldigen van een gruwelijke misdaad – met zijn kille blik schuldbewust vraagt wat wij dan gedaan zouden hebben als we in zijn schoenen hadden gestaan?

Tenslotte is er de intense, maar kalme, verstilde naar binnen gekeerde blik van Private Witt (Jim Caviezel) uit de oorlogsfilm ‘The Thin Red Line’ van Terrence Mallick, op het moment dat deze plotseling oog in oog staat met de genadeloze vijand en zijn onvermijdelijke dood. De blik is prachtig verfilmd als een extatisch-reflectief ogenblik waarin alles in zijn leven lijkt samen te komen, seconden voordat hij dodelijk wordt getroffen. Die blik, die ik eerder uitvoeriger beschreef in mijn blogpost uit 2016 (De blik) zet je aan om na te denken over de waanzin van oorlog en over je eigen leven, dood en eindigheid.  

Echter geen blik komt zo binnen als die van je eigen kinderen. Die kan soms gruwelijk en genadeloos zijn, maar niet altijd. Vooral als die blik het dagelijks gedoe overstijgt en niets anders vraagt dan ‘er als mens te zijn en te laten zijn’ (wat misschien wel de grootste menselijke uitdaging is). Ik meen die blik terug gevonden te hebben op een foto die ik in 2017 van mijn dochter maakte in het binnenhof van de Basilica di Anthony in Padua tijdens onze gezamenlijke reis naar Venetië. Ik heb getracht die blik, die voor mij de existentiële ruimte opent voor een volwassen menselijke relatie, weer te geven in een grote aquarel (110 bij 80 cm). Voor mijn gevoel ben ik daar redelijk in geslaagd, ofschoon er ongetwijfeld over de gelijkenis van het portret, over mijn aanpassingen aan het binnenhof van de Baseliek en over de schildertechniek veel te zeggen valt. Los daarvan staat alles, de ruimte, de glas- en loodramen, de rust en aandacht van de mensen en de kleding in het teken van het onderwerp van de aquarel. Ze geven voor mij mede gestalte aan die ene blik van mijn geportretteerde dochter op een wijze dat het leven je als het ware zelf aanstaart en vorstelijk oproept er – ondanks alle menselijke tekortkomingen – met elkaar hoe dan ook het beste van te maken.