‘Geestkracht’

Schermafdruk 2016-02-26 16.50.45

Achilles (Brad Pitt) in gevecht met de “reus” in de film Troy (2004)

Ik kijk graag naar mensen die geconcentreerd met iets bezig zijn, ergens over nadenken, iets maken, sporten, musiceren, maakt niet uit. Het is mooi om te zien hoe zij op die momenten van concentratie in zichzelf verzonken zijn en volledig in hun werk of activiteit lijken op te gaan. Alsof ze zichzelf vergeten zijn en het persoonlijke er niet meer toe doet. Ze lijken één geworden te zijn met de wereld om hen heen.

Lang heb ik stilgestaan bij wat er op zulke momenten mentaal bij geconcentreerde mensen  gebeurt. De concentratie lijkt een innerlijke ruimte te scheppen waarin de aandacht voor hun bezigheid alles overheerst. Die aandacht wordt op dat moment niet meer verstoord door dingen die niet van belang zijn en dat brengt rust. Het geeft deze mensen een kalme alertheid en zorgt voor mentale scherpte. Vanuit die alertheid lijken ze alles goed te overzien, razendsnel beslissingen te kunnen nemen en steeds dat te doen wat naar omstandigheden de beste oplossing is. Soms leidt dit tot uitzonderlijke prestaties. Dat is ook de reden dat ik, bij mensen die deze concentratie op kunnen brengen, altijd het spannende gevoel krijg, dat er iets moois of goeds gaat ontstaan. Iets dat, hoe klein ook, waarde toevoegt aan de wereld en zonder concentratie nooit het licht had gezien.

In ons gefragmenteerde leven is deze concentratie echter een zeldzaamheid. Ze lijkt de gemiddelde mens, die prima zonder schijnt te kunnen, nauwelijks te bekommeren. Hoe tragisch dat ook is, juist die zeldzaamheid maakt het fenomeen concentratie tot een interessant ‘object’ voor romanschrijvers en filmmakers. In hun verhalen is het vermogen zich te concentreren vaak de beslissende vaardigheid van hun helden. Hun geestkracht en mentale instelling geeft die helden net even iets méér dan de gemiddelde mens en maakt het mogelijk dat er dingen gebeuren die je in de gewone wereld niet verwacht. Hiervan zijn talloze voorbeelden te geven. Ik wil er op één ingaan; een opvallend voorbeeld uit de speelfilm Troy van regisseur Wolfgang Petersen. Troy is vrij gebaseerd op de Ilias en Odyssee van Homerus en speelt zich af tijdens de Trojaanse oorlog zo’n 1200 jaar voor Christus.

Het fragment waar ik op doel is het gevecht tussen de begenadigde strijder Achilles (gespeeld door Brad Pitt) en een onoverwinnelijk geachte “reus” uit het vijandige leger. Achilles maakt ondanks zijn lichamelijke vaardigheden en vechtkunst logisch gezien geen schijn van kans om te winnen, maar toch verslaat hij de reus met overtuiging en verbazingwekkend gemak. Het is fascinerend om te zien hoe hij dat doet en hoe het is verfilmd. Ik heb het fragment vele keren bekeken en me afgevraagd waarom het me bleef boeien. Is het de gruwelijkheid van de doodsteek? Is het de overwinning van de underdog? Is het de moed  van Achilles? Of is het de verrassing van het onverwachte resultaat?

Na een tijdje kwam ik er achter dat het iets anders was. Mijn fascinatie had te maken met de verfilming van de concentratie van Achilles, diens mentale instelling, de kalmte, het overzicht en de scherpte tijdens zijn handelen. Die mindset maakt het hem mogelijk om de aanvallen van de reus te zien aankomen, het gevaar in te schatten, vliegensvlug te reageren en toe te slaan. Het zijn die eigenschappen die Achilles in mythische zin  “onkwetsbaar” maken en hem zijn “goddelijke” status geven. Door zijn uitzonderlijke vaardigheden weet hij  heel effectief precies dat te doen, wat nodig is. In een handomdraai en zonder zichtbare inspanning  weet hij de in verwarring gebrachte reus dodelijk te treffen. Als Achilles echter goddelijke gaven worden toegedicht, reageert hij cynisch: ‘waarom heb ik dit schild dan?’

Regisseur Petersen laat ons in het fragment geen ordinaire knokpartij zien, maar ook geen sprookje over de “goddelijke” vaardigheden van Achilles. Het is noch bruut realisme, noch louter mythische fantasie. In het fragment wil Petersen ons tegen de achtergrond van een mythisch decor intuïtief de magie laten beleven van wat diepe concentratie als ‘force’ in een mensenleven vermag en kan betekenen. Dat is in het fragment de verborgen boodschap die me bleef boeien en blijvend inspireert.

Zie hier het fragment (2 min 55 sec):

 

4 comments

  1. Ik heb de afgelopen weken met bewondering gekeken naar de documentaire over ‘onze’ Jaap van Zweden, in mijn beleving inmiddels een van de grootste dirigenten. Deze man IS muziek. Als je hem bezig ziet met om het even welk orkest, spat de bezieling er van af. Ik maak een diepe buiging en neem mijn hoed voor hem af. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld Daphne Schippers, ‘onze’ topatleet die inmiddels furore maakt als de snelste vrouw ter wereld op de 200 meter en naar mijn stellige overtuiging binnenkort ook op de 100 meter, hét nummer in de atletiek. Beiden typische voorbeelden van mensen die door levenslange en volledige toewijding én op het moment suprême opperste concentratie tot prestaties komen die mij keer op keer ontroeren…ik hou het niet droog; zelfs niet als ik Daphne voor de 10e keer de 200 meter zie winnen. En zo kan ik nog wel even door gaan.

    Jouw constatering dat deze concentratie in ons gefragmenteerde leven echter een zeldzaamheid is, brengt mij op de volgende gedachten…

    Wat deze – in mijn ogen – helden gemeen hebben is zoals jij in je blog benoemt het vermogen om zich volledig te kunnen concentreren, hetgeen noodzakelijk is voor het leveren van hun fenomenale prestaties. Maar wat zij ook gemeen hebben is de toewijding gedurende hun weg naar de top, de vele offers die zij daarvoor moeten brengen, de ontberingen, pijn en teleurstellingen die zij moeten overwinnen. Waar concentratie gevoelsmatig betrekking heeft op een relatief kort moment, het uitvoeren van een muziekstuk, het lopen van een wedstrijd (of het leren van een proefwerk), leggen deze mensen ook een langdurige focus en enorm doorzettingsvermogen aan de dag. Een focus die hen in staat stelt om jarenlang toe te werken naar het bereiken van de piek in hun kunnen. En gedurende die piek keer op keer muziekstukken uit te voeren of wedstrijden te winnen. Totdat de noodzakelijke vaardigheden die naast het concentratievermogen evengoed randvoorwaardelijk zijn, denk bijvoorbeeld aan het gehoor bij Jaap of de spierkracht bij Daphne, het af gaan laten weten als gevolg van ons natuurlijk verval. Op dat moment kunnen, ondanks het concentratievermogen van deze helden, de prestaties niet meer geleverd worden.

    Andersom geldt natuurlijk ook dat sommigen van ons zich kunnen concentreren tot ze een ons wegen maar simpelweg de andere noodzakelijke vaardigheden missen om de (absolute) top te bereiken. Het vergt van hen misschien nog wel meer opoffering dan van de getalenteerden in deze wereld om ‘hun’ top te bereiken. En deze ‘helden’ komen met al hun focus en concentratie nooit in de schijnwerpers te staan, kennen niet de successen die hen ‘wereldberoemd’ maken. En worden door ons ‘niet waargenomen’. Maar ze zijn er wel….

    Tot slot vraag ik me af of het vermogen tot langdurige focus en kortstondige concentratie drijven op het – met enige regelmaat – kunnen vieren van successen. Zonder het kunnen vieren van successen wordt het opbrengen van de langdurige focus met de bijbehorende zelfopoffering en absolute concentratie wel een hele lastige opgave, vrees ik. En ontstaat daarmee dan een kip-ei dilemma? Brengt de concentratie de successen of zijn de successen voorwaardelijk voor het kunnen opbrengen van de concentratie?

  2. Je hebt weer een inspirerend onderwerp onder handen genomen: concentratie (geestkracht). Het woord moet even indalen om de draag- en reikwijdte ervan te bevatten. In het kort gezegd, komt het er op neer de blik (focus) te richten op de essentie van het dromen/het denken/de daad/de durf. Daarbij gaat het om een gerichte aandacht in een hoeveelheid van mogelijkheden.
    In chemische termen is een concentratie een ‘sterkte van een oplossing’, waarbij de concentratie altijd een relatief begrip is tussen twee hoeveelheden: de opgeloste stof en het oplosmiddel. Explosief materiaal als het in een filosofisch verband wordt gebracht.

    En dat blijkt ook wel als Brad Pitt met zijn zwaard naar voren rent om de reus tussen zijn schouders te steken. Hij gaat als een beheerste stierenvechter op de stier af. De laatste heeft geen kans: voor hij het weet, is hij dood. Zijn beweging met het zwaard is simpelweg te traag. Ook hij had zich geconcentreerd op het gevecht. Jarenlange training hadden zijn spieren tot kabeltouwen gevormd. Waarschijnlijk had hij al menig gevecht gewonnen, want zijn gezicht draagt de sporen van een gewelddadig leven. Maar het mocht niet baten.

    Achilles wordt een held. Hij is de winnaar en die heeft in de klassieke geschiedschrijving altijd gelijk. De helden hebben een prestatie verricht, daarover bestaat geen twijfel. Zij hebben zich een (historische) zichtbaarheid verworven, waarbij hun persoonlijkheid zich heeft geconcentreerd tot een bepaalde dichtheid in de geschiedenis. De fascinatie daarvoor is begrijpelijk. Het geeft het menselijke bestaan een vorm van zingeving. Zichtbaarheid is een legitimatie voor het zijn.

    Het is duidelijk dat bij deze menselijke ervaring – in een filosofische context – bepaalde bedenkingen naar voren komen. Want wat houdt die zichtbaarheid (concentratie) nu precies in en over welke zichtbaarheid hebben we het eigenlijk? Vanuit de scheikunde is reeds bekend dat ‘concentratie’ een tweezijdig zwaard is (zie boven). En wie bereid is in een communicatie nog verder te gaan en van een vierdeling uit te gaan (zoals de quadralektiek) krijgt het nog moeilijker. De ‘held’ (als kampioen van de zichtbare zichtbaarheid in de sterkste oplossing) weet zich dan onderdeel van een breder proces, waarin het ‘oplosmiddel’ (als een mengsel van de drie andere vormen van dualistische zichtbaarheid) een even grote rol speelt. De held van het hier en nu kan elders en/of later een verliezer blijken te zijn als het decor van de zichtbaarheid (en het onderwerp van concentratie) wordt veranderd.

    Deze bewustwording kan als een vorm van scepticisme worden opgevat, maar dat is niet de bedoeling. Ook het ‘oplosmiddel’ heeft geen alleenrecht. Het is juist in de wisselwerking tussen de stof en het middel, waarin de echte zichtbaarheid tot stand komt. Concentratie – als focus op de essentie (geestkracht) – groeit uit het inzicht van de onderlinge relatie tussen de factoren, die met elkaar een verbinding zijn aangegaan. Daar gaat het in wezen om.

    Wie wint of verliest, doet in feite niet ter zake. Zoals gezegd: ook de reus was een soort kampioen, maar van een andere klasse. Zijn tijdelijk gebrek aan concentratie kostte hem het leven, maar we kunnen ons afvragen of de concentratie van Brad Pitt, die uitmondde in een moord, wel van het goede soort was. Misschien zit de verborgen boodschap, waar je op wijst, juist aan het begin van het fragment, waar het jongen/meisje zegt nog nooit zo’n reus te hebben gezien en op grond daarvan een confrontatie afraadt (‘Ik zou het niet doen’). Brad zegt dan: ‘Daarom wordt jouw naam ook vergeten.’

    In die zin wordt de tragiek van de androgyne mensheid samengevat. Wie de concentratie niet opbrengt en de confrontatie (met het onbekende) uit de weg gaat, zal nooit een historische zichtbaarheid verkrijgen – en daarmee de legitimiteit van het leven verliezen.
    Dat is explosief materiaal – maar het is alleen ‘waar’ in de beperkte omgeving van het denken-in-tegenstellingen. Wie een ruimere blik heeft, ziet een andere vorm van ‘concentratie’. De geestkracht ligt niet (alleen) in de zichtbare zichtbaarheid van de daad opgesloten (waarvan het resultaat wordt uitgedrukt als de topprestatie, het heldendom, de eer, de onsterfelijkheid etc.), maar ook in de afwezigheid daarvan. Dat is moeilijker voor te stellen en nog moeilijker te verbeelden en behoort daarmee tot het begrip van de wijsheid. Vergeten worden betekent niet dat je niet goed hebt geleefd, net zo min als heldendom en grote prestaties bewijzen dat je het wel hebt gedaan.

    1. Ha Marten,
      Ik begrijp wat je zegt dat de geestkracht niet alleen opgesloten ligt in de ‘zichtbare zichtbaarheid’ van de daad, maar ook in de afwezigheid daarvan. De wintertijd is voor mij een prachtig voorbeeld van een zich terugtrekkende, zich concentrerende natuur die niet de zichtbaarheid zoekt, maar juist de afwezigheid van zichtbaarheid. De zichtbaarheid en de onzichtbaarheid (en de variaties daarop) zijn naar mijn idee ”mutual arising principles’ die altijd tegelijk optreden, maar in een ander evenwicht en met andere accenten. Het decorum wisselt steeds en daarmee de mate van zichtbaarheid. Petersen heeft dat naar mijn mening goed begrepen, wat wel blijkt uit de dialoog tussen het jongetje/meisje en Achilles. Dat onze tijd voornamelijk in tegenstellingen denkt en de zichtbaarheid als enige maatstaf voor het ‘ware’ en ‘echte’ beschouwd is een tragische eenzijdigheid, maar op zich geen devaluatie van de zichtbaarheid als zodanig. Het zichtbare heldendom blijft ook een mooie manifestatie van de on-verborgenheid van het Zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s