Maand: april 2014

De unieke verbeeldingskracht van J.K. Rowling

Afbeelding

JK Rowling in 2008 bij haar Harvard Commencement Speech

Al een tijdje waart JK Rowling rond in mijn gedachten. U weet wel, de auteur van de Harry Potter boeken. De aanleiding voor die ongevraagde belangstelling van mijn denken voor de auteur ligt waarschijnlijk bij het lezen van The casual vacancy (De goede raad), het eerste boek dat na de Potter-serie verscheen. Dit boek was voor velen een grote teleurstelling, omdat het in niets leek op de Potter-boeken. The casual vacancy is een heel klein verhaal, waar nauwelijks iets gebeurt. Ik vind het echter een uniek boek, omdat juist door de kleinheid van het verhaal ruimte ontstaat voor de meer subtiele gebeurtenissen die vaak ongeschreven blijven.

Wat in The casual vacancy opvalt, zijn de razend knap beschreven observaties van gedrag en menselijke interactie. Dit zet zich voort in het laatste boek The cuckoo’s calling (Koekoeksjong). Ook hier zijn het weer diezelfde fijnzinnige observaties die het verhaal echt onderscheidend maken. En achteraf beschouwd zijn die prachtige observaties ook al in de Potter-boeken te vinden, al vallen ze daar minder op. Ze raken wat op de achtergrond door het tumult en de spanning van het grote meeslepende verhaal.

De vraag die mij bezig blijkt te houden is: wat boeit mij in haar boeken? Men doet Rowling beslist tekort door te stellen dat het succes  van haar boeken verklaard wordt door haar buitengewoon rijke fantasie. Fantasie is de verbeeldingskracht die door de dichter David Whyte de ‘secondary imagination’ wordt genoemd: de vaardigheid om iets nieuws te bedenken. Die vaardigheid bezit Rowling ongetwijfeld in hoge mate, maar dat verklaart niet alles; er is méér.

Het unieke van haar observaties ligt bij de wijze waarop ze naar de wereld kijkt. Dit kijken komt tot stand door wat David Whyte de ‘primary imagination’ noemt. Dit is, in de poëtische traditie, het vermogen van de mens om in zichzelf fundamentele denkbeelden te vormen die de essenties en de uiterste manifestaties van het menselijke bestaan ontsluiten en waarvan uit  de vele gebeurtenissen in de wereld een diepere zin en betekenis krijgen. Die focus zorgt ervoor dat de beperkte alledaagse kijk op de wereld zich verdiept en er meer gezien en ervaren wordt. Het is die primaire verbeeldingskracht die de bron vormt voor Rowling’s unieke observaties en die zij met haar fantasie en literaire talent zo schitterend weet te verwoorden.

In haar Harvard Commencement Speech (The Fringe Benefits of Failure, and the Importance of Imagination, 2008) zegt Rowling er zelf het volgende over:

‘Imagination is not only the uniquely human capacity to envision that which is not, and therefore the fount of all invention and innovation. In its arguably most transformative and revelatory capacity, it is the power that enables us to empathise with humans whose experiences we have never shared.’

Dit verklaart waarschijnlijk ook waarom de ongebreidelde fantasie in de Harry Potter-serie zeven boeken lang niet gaat vervelen. Je wordt, terwijl je al lezend meegenomen wordt in het fantasieverhaal, ongemerkt ingewijd in de vele dimensies en aspecten van het menselijk bestaan die je anders waarschijnlijk nooit had leren kennen.

Een uniek ervaring: Rowling’s Harvard Commencement speech: http://harvardmagazine.com/2008/06/the-fringe-benefits-failure-the-importance-imagination