Veel gelezen

Ruimte geven

Schermafdruk 2016-04-15 22.34.56

De blinde Ray Charles op zevenjarige leeftijd, kijkend met zijn oren (Ray, 2004)

Volgens de actuele managementliteratuur is een directieve en strakke aansturing van medewerkers niet meer van deze tijd. In de 21e eeuw is het educatieve motto ‘ruimte geven’. Door ruimte te geven kunnen medewerkers zich uit hun afhankelijkheid bevrijden en zich ontwikkelen tot de autonome professionals die onze organisaties zo hard nodig hebben.

Dat klinkt goed, maar werkt het ook? De ervaring leert dat veel medewerkers niet op de gegeven ‘ruimte’ zitten te wachten en niet goed weten wat ze er mee aan moeten. Ook de managers blijken niet lang op hun handen te kunnen blijven zitten en gaan zich al snel toch weer overal mee bemoeien. Zolang er niets bijzonders gebeurt, loopt het wel los, maar als het ook maar een beetje spannend wordt schiet men vaak direct weer in de kramp van de strakke aansturing en blijft er van de gegeven ruimte niets over. Daarmee verandert er weinig. Als ‘ruimte geven’ nog eens iets wil gaan betekenen, dan zal het zich moeten bewijzen in situaties waarin het echt spannend is en het er op aankomt.

De speelfilm Ray uit 2004 van regisseur Taylor Hackford biedt een verhelderende illustratie van zo’n situatie, hoe klein en alledaags ook. In de film komt een fragment voor waarin de zevenjarige zo goed als blinde Ray Charles in de hut van zijn ouders ten val komt en liggend op de vloer direct om zijn moeder begint te schreeuwen. ‘Mama, help!!’  Zijn moeder is vlakbij. Ze is in huis aan het werk en wil de afhankelijke Ray direct te hulp schieten. Echter, er is iets, dat haar tegenhoudt. Ze laat Ray schreeuwen. Ze blijft waar ze is en kijkt in stilte toe.

Voor de kijker is dat een ongemakkelijk moment. Dat doet een moeder toch niet. Je laat je kind toch niet liggen na een val? En nog wel een blind kind. Maar net als het kille gedrag van de moeder tot ergernis begint te leiden, gebeurt er iets. Ray kalmeert. Hij wrijft in zijn blinde ogen, scant luisterend zijn omgeving en krabbelt op. Hij mankeert niets. Zijn moeder volgt hem van een afstandje met haar ogen, zonder iets te zeggen.

Ray denkt dat hij alleen is en probeert zich op zijn gehoor in de ruimte te oriënteren. Hij draait zijn hoofd naar alle kanten en kijkt met zijn oren. Hij hoort een waterketel. Door het raam hoort hij een kar met paarden voorbij komen en voor de deur mensen die aan het werk zijn. Hij begint zich voorzichtig door de kamer te bewegen en verkent op zijn gehoor en de tast het huis. Zijn moeder schrikt even als hij bijna zijn hand in het ovenvuur brandt. Maar het gaat goed. Nog steeds houdt ze zich verborgen. Ze ziet hoe Ray ondanks zijn blindheid zijn weg vindt en laat hem begaan. Als hij er zelfs in slaagt op zijn gehoor een sprinkhaan te pakken en opeens ook haar aanwezigheid ontdekt, stapt ze op hem af en neemt hem ontroerd in haar armen.

De spanning die bij haar ontstaan is, ontlaadt zich op het moment dat ze Ray weer kan omhelzen. Ze had zich geweld aan moeten doen door Ray tegen haar gevoel in te laten schreeuwen en aan zijn lot over te laten, maar het liep goed af. Ray bleek toch niet het hulpbehoevende en afhankelijke kind te zijn waar ze zich grote zorgen om had gemaakt. Ze had intuïtief de behoefte gevoeld hem op de proef stellen, hoe pijnlijk ook en het had goed uitgepakt. Haar loslaten had Ray, ongevraagd de ruimte gegeven om bij zichzelf te komen en op eigen houtje in het huis op avontuur te gaan. En dat was hem ondanks zijn aanvankelijke paniek en zijn visuele beperkingen heel goed afgegaan. De ruimte die zijn moeder hem had gegevens had iets opgeleverd en hem op een nieuw spoor gezet. Dat gaf zijn moeder hoop en vertrouwen voor de toekomst. Met Ray zal het wel goed komen.

Het fragment biedt een bruikbare metafoor die inzicht geeft in waar ‘ruimte geven’ door ouders, docenten en managers in essentie om draait: ‘afstand houden als het spannend wordt’, ruimte bieden om ‘alles’ te laten ontdekken, maar wel een oogje in het zeil houden en op het juiste moment weer de verbinding zoeken. En dat steeds weer. Als managers daarvoor de moed en aandacht kunnen opbrengen, dán wordt het wellicht nog eens wat met het ‘ruimte geven’ op het werk.

Zie hier het fragment (2.30 min):