Lipstick

De professional

schermafdruk-2017-01-29-23-19-50

De reclameman Don Draper pakt zijn opdrachtgever aan (Madmen, 2007)

In de serie Madmen is Don Draper (gespeeld door John Hamm) het creatieve brein van het in Manhattan gevestigde reclamebureau Sterling Cooper. Draper is als reclameontwerper uitzonderlijk getalenteerd en heeft inmiddels een grote staat van dienst. Bij elke opdracht is hij volledig toegewijd, dringt al snel door tot de essentie van het vraagstuk en gelooft heilig in wat hij doet. Opmerkelijk  en onderscheidend is, dat Draper een zelfde mindset ook van zijn opdrachtgevers verwacht. Hij gaat ervan uit dat deze zijn ontwerpen onbevangen tegemoet treden, intuitief de intrinsieke waarde opzoeken en zuiver beoordelen. Als ze dat niet doen, dan hebben ze een kwade aan Draper die allergisch is voor middelmatige oordelen. Met oppervlakkige meningen over zijn werk of een sceptische houding veegt hij genadeloos de vloer aan. De vraag is natuurlijk of dat slim is. Zo’n harde reactie oogt, zakelijk beschouwd, onbezonnen en doet al snel denken aan een gekwetst ego en arrogantie. Hoe zit dat bij Don Draper?

Draper kan inderdaad meedogenloos zijn en criticasters klem zetten, maar dat wil nog niet zeggen dat zijn scherpe reacties emotionele en agressieve uithalen zijn. Integendeel, vaak is het een bewust geplaatste interventie die mensen op het juiste spoor zet of die een bestaande (werk)relatie kwalitatief weer op het juiste niveau wil brengen. Waar het om gaat is zijn intentie. Breekt hij zijn criticasters af uit kwaadheid over hun negatieve oordeel of pakt hij ze aan om een verhouding op te bouwen op basis waarvan hij weer verder met ze kan? Een voorbeeld kan dit verduidelijken.

In het bijgevoegde fragment presenteert één van de medewerkers van Draper aan een opdrachtgever een reclamecampagne over lipstick. Ook Don Draper is als partner van het bureau en als ontwerper bij de bijeenkomst aanwezig. Onverwacht laat de opdrachtgever zich na de inspirerende presentatie laatdunkend en sceptisch uit over de campagne. Als hij die toon aanhoudt, nadat één van zijn collega’s juist heel positief op de campagne reageert, heeft Draper er opeens genoeg van. Hij staat op en zegt: ‘Let’s call it a day’ en steekt zijn hand uit om de opdrachtgever te bedanken en afscheid te nemen. Deze reageert geschokt en vraagt uitleg, waarop Don zegt: ‘ You are a nonbeliever. Why waste time on Kabuki?’, wat zo veel betekent als’ waarom nog tijd besteden aan prietpraat als je keuze toch al gemaakt is? Als de opdrachtgever aangeeft dat hij het niet begrijpt, legt Draper het nog eens uit. De opdrachtgever heeft Draper’s expertise ingehuurd, omdat zijn eigen promotieplan niet werkte. En nu er iets ligt, verwerpt de opdrachtgever dat, omdat hij toch vast wil houden aan zijn eigen plan. Draper: ‘I’m not interested in that. You can understand.’

In reactie hierop gaat de opdrachtgever op zijn strepen staan en zegt dat Draper na drie maanden werk en ‘how many thousands of dollars’ niet in de positie is om de koers van zijn organisatie te bepalen. Dan zegt Don, tot schrik van zijn eigen medewerkers, dat hij de opdrachtgever niet vraagt om een bepaald geloof aan te hangen. Het is niet zijn bedoeling binnen te dringen in de overtuigingen van de opdrachtgever, het gaat om een kwestie van een hele andere orde: het vermogen de kwaliteit van het ontwerp te zien. En dan legt hij ongevraagd nog één keer op onovertrefbare wijze het verhaal en de boodschap achter de campagne uit.

Tijdens zijn verhaal zie je het weer gebeuren. Ook deze opdrachtgever kan geen weerstand bieden tegen de magie van de woorden van Draper die hem gidsend meeneemt naar de bron van zijn creativiteit en de intelligentie achter het ontwerp. De opdrachtgever wordt er stil van, ziet nu de kracht van de campagne en vraagt Draper bescheiden om toch weer te gaan zitten. Draper is echter nog niet klaar met hem en weigert met een duidelijk: ‘No’. En hij vervolgt: ‘Not untill I know I am not wasting my time’.  Pas als de opdrachtgever die vraag positief zal beantwoorden, voldoet deze aan de zakelijke  voorwaarden waaronder Draper met hem verder wil.

Draper doet als professional wat consultants en experts te vaak nalaten. Hij heeft ondanks de zakelijke risico’s de moed om nee te zeggen. Hij weigert naar de pijpen van de opdrachtgever te dansen als blijkt dat zijn expertise in twijfel wordt getrokken of de gelijkwaardigheid in de werkrelatie uit balans is geraakt. Dat is echter niet alles. Het is zijn ook geestkracht die hem als professional onderscheidt. Hij weet als geen ander waar hij het over heeft en vertelt een doorleefd en authentiek verhaal waar weinig tegen in te brengen valt; een verhaal dat zo goed in elkaar zit, dat oppervlakkige en ongefundeerde bezwaren geen enkele kans maken. Op dat gebied  valt in deze tijd ook nog wel het een en ander te leren. En tenslotte: Draper stáát voor zijn overtuiging en weet dat binnen zijn vakgebied met tact en zelfbeheersing uit te dragen. Hij blijft een gentleman, hoe duidelijk en scherp zijn interventies ook zijn. Kortom, om terug te komen op de vraag uit de eerste alinea, Draper zoekt met zijn harde aanpak niet op botte wijze zijn gelijk voor een gekwetst ego, maar bevecht de middelmatigheid om telkens weer de ruimte te bevrijden zonder welke echte kwaliteit niet tot bloei kan komen.

Zie hier het fragment (2.08 min):